Zet je 10.000 euro vijf jaar lang op een spaarrekening met 2,5 procent rente per jaar en laat je de rente staan, dan staat er na vijf jaar ongeveer 11.314 euro op je rekening. Je verdient dus 1.314 euro aan rente. Dat is meer dan de 1.250 euro die je krijgt als je simpelweg 5 keer 250 euro optelt, omdat je vanaf het tweede jaar ook rente krijgt over de rente van de jaren daarvoor. In dit artikel reken ik het stap voor stap uit, laat ik zien wat een iets hoger of lager percentage doet en wat de inflatie ervan overlaat.
De rekensom: rente op rente
De formule is eenvoudig: beginbedrag maal (1 plus rentepercentage) tot de macht van het aantal jaren. Bij 10.000 euro en 2,5 procent is dat 10.000 maal 1,025 tot de macht 5. Per jaar ziet dat er zo uit:
- Na 1 jaar: 10.250,00 euro
- Na 2 jaar: 10.506,25 euro
- Na 3 jaar: 10.768,91 euro
- Na 4 jaar: 11.038,13 euro
- Na 5 jaar: 11.314,08 euro
Het eerste jaar krijg je precies 250 euro rente. In het vijfde jaar is dat al 275,95 euro, omdat je rente nu over 11.038,13 euro wordt berekend in plaats van over 10.000 euro. Het verschil lijkt klein, maar het groeit elk jaar en wordt over een langere periode een stuk groter. Na 10 jaar staat er 12.800,85 euro, na 20 jaar 16.386,16 euro. Als vuistregel verdubbelt je geld bij 2,5 procent in ongeveer 28 jaar.
Wat doet een ander rentepercentage?
De rente op spaarrekeningen schommelt en verschilt per bank. Daarom is het handig om te zien wat een percentage meer of minder doet met dezelfde 10.000 euro over vijf jaar:
- 1,5 procent: 10.772,84 euro, een winst van 772,84 euro
- 2,5 procent: 11.314,08 euro, een winst van 1.314,08 euro
- 3,5 procent: 11.876,86 euro, een winst van 1.876,86 euro
Elk procentpunt extra rente levert over vijf jaar dus ruim 500 euro op bij een bedrag van 10.000 euro. Dat is de reden dat het loont om af en toe te kijken of je bank nog een concurrerend tarief biedt. Let wel op dat een hoge rente soms alleen geldt voor een beperkte periode of voor een beperkt bedrag. Lees daarom altijd of het percentage vast is of variabel.
Jaarlijks of maandelijks bijschrijven
Veel banken schrijven de rente per maand of per kwartaal bij in plaats van één keer per jaar. Dat maakt een klein verschil. Bij 2,5 procent maandelijks bijgeschreven (dus 2,5 gedeeld door 12 per maand) komt je bedrag na vijf jaar uit op ongeveer 11.330 euro, ruim 15 euro meer dan bij jaarlijkse bijschrijving. Dat effect is te klein om je keuze voor een bank op te baseren. De hoogte van het percentage zelf is veel belangrijker dan de frequentie waarmee het wordt bijgeschreven.
Controleer wel of er sprake is van een effectief jaarrendement of een nominaal percentage. Het eerste is al omgerekend voor het effect van bijschrijven, bij het tweede moet je dat zelf doen. Banken noemen ze niet altijd duidelijk.
Wat blijft er over na de inflatie?
Het bedrag op je rekening zegt niet alles. Wat telt, is wat je ervoor kunt kopen. Stel dat de prijzen de komende vijf jaar met gemiddeld 3 procent per jaar stijgen, terwijl je spaarrente 2,5 procent is. Dan is je koopkracht na vijf jaar gedaald, ook al staat er meer geld op je rekening. De berekening is 10.000 maal 1,025 tot de macht 5, gedeeld door 1,03 tot de macht 5. Dat geeft ongeveer 9.760 euro in huidige euro's. Je spaargeld is dus in koopkracht ongeveer 240 euro gedaald.
Is de inflatie lager dan je rente, bijvoorbeeld 2 procent bij 2,5 procent rente, dan groeit je koopkracht wel, al is het beperkt. Spaargeld is vooral bedoeld als buffer en voor doelen op de korte termijn. Voor doelen die verder dan een paar jaar weg liggen, zoeken veel mensen een hoger verwacht rendement op, wat altijd gepaard gaat met meer risico op verlies.
Wat als je elke maand iets bijstort?
Het grootste effect op je eindbedrag heb je zelf in de hand: door door te sparen. Stort je naast de 10.000 euro elke maand 200 euro bij, dan staat er bij 2,5 procent rente (maandelijks bijgeschreven) na vijf jaar ongeveer 24.098 euro. Je hebt dan zelf 22.000 euro ingelegd en 2.098 euro aan rente ontvangen. De maandelijkse stortingen leveren hier veel meer op dan een half procentpunt extra rente op het beginbedrag. Als je begint met sparen, kies dan eerst een bedrag dat je vol kunt houden, en stel een automatische overboeking in op de dag nadat je salaris binnenkomt.
Belasting op je spaargeld
Over spaargeld betaal je in Nederland geen belasting over de rente zelf, maar over een fictief rendement in box 3, zodra je vermogen boven het heffingsvrije bedrag uitkomt. Wat precies het heffingsvrije vermogen en de percentages zijn, verandert regelmatig en hangt af van het jaar en of je een fiscaal partner hebt. Controleer de actuele regels op de website van de Belastingdienst. Heb je minder dan het heffingsvrije vermogen, dan houd je je rente volledig. Zit je erboven, dan haalt de belasting een deel van je rendement weg. Reken er dus altijd mee dat je netto rendement lager uitvalt dan de rente die de bank noemt. Bij een vermogen van 10.000 euro speelt dit voor veel huishoudens geen rol, maar zodra je buffer groeit, loont het om vooraf te kijken wat de belasting met je eindbedrag doet. Een eenvoudige controle is om het bruto resultaat van deze rekensom te verminderen met het bedrag dat je volgens de Belastingdienst verwacht af te dragen.
Zo pak je het aan met je eigen bedrag
Wil je dit met je eigen bedrag doorrekenen, doe dat dan zo. Vul in een rekenmachine of spreadsheet je beginbedrag in, vermenigvuldig met 1 plus je rentepercentage gedeeld door 100 en herhaal dat voor elk jaar. Trek daarna de verwachte inflatie af om te zien wat je ervoor kunt kopen. Vergelijk de uitkomst tussen twee of drie banken en let op de voorwaarden, zoals opnamebeperkingen en bedragen waarover de rente geldt.
Reken eerlijk met wat je weet: de rente kan veranderen, de inflatie ook, en een vast tarief geldt zelden voor de volle vijf jaar. Gebruik de uitkomst dus als richtlijn. Met 10.000 euro, 2,5 procent en vijf jaar kom je uit op 11.314 euro, en elke euro die je maandelijks extra inlegt tilt dat bedrag sneller op dan welke rentewijziging dan ook.