Wie een flinke spaarpot heeft opgebouwd, krijgt vroeg of laat te maken met box 3, de belasting op vermogen. Een veelgestelde vraag is hoeveel je nu eigenlijk kwijt bent als je 100.000 euro op je spaarrekening hebt staan. Het korte antwoord: veel minder dan mensen vaak denken, omdat spaargeld apart en tegen een laag rendement wordt belast. Toch is het goed om te weten hoe de som precies loopt.
Hoe box 3 in 2026 werkt
In 2026 geldt nog het zogenoemde forfaitaire stelsel met een aparte behandeling voor spaargeld. De Belastingdienst gaat niet uit van je werkelijke rente, maar rekent met een vast, jaarlijks vastgesteld rendementspercentage voor spaargeld. Dat percentage ligt de laatste jaren dicht bij de gemiddelde spaarrente en is dus relatief laag. Over dat berekende rendement betaal je vervolgens het box 3 tarief.
Eerst het heffingvrij vermogen eraf
Je betaalt niet over je hele vermogen. Iedereen heeft een heffingvrij vermogen van ongeveer 57.000 euro; voor fiscale partners geldt dat samen dus rond de 114.000 euro. Heb je 100.000 euro spaargeld en geen fiscale partner, dan tel je alleen mee over het deel boven die vrijstelling, oftewel ongeveer 43.000 euro.
Een rekenvoorbeeld
Stel dat het forfaitaire spaarrendement voor 2026 rond de 1,4 procent uitkomt. Over die 43.000 euro belast vermogen levert dat een fictief rendement op van ongeveer 600 euro. Daarover betaal je het box 3 tarief, dat de afgelopen jaren richting de 36 procent is gegaan. Je komt dan uit op ongeveer 215 tot 230 euro belasting over je 100.000 euro spaargeld. Heb je een fiscale partner, dan valt je spaargeld waarschijnlijk vrijwel volledig binnen de gezamenlijke vrijstelling en betaal je in de praktijk weinig tot niets.
Let op de exacte percentages
De precieze rendementspercentages en het exacte tarief worden ieder jaar door de overheid vastgesteld en kunnen afwijken van dit voorbeeld. Bovendien werkt de wetgever aan een nieuw stelsel waarin op termijn het werkelijke rendement wordt belast in plaats van een forfait. Reken daarom voor je eigen situatie altijd met de actuele cijfers of gebruik de rekenhulp van de Belastingdienst.
Voor spaargeld valt de box 3 heffing dus mee: door de vrijstelling en het lage forfaitaire rendement blijft het bedrag over 100.000 euro beperkt. Bij beleggingen ligt het rendementspercentage hoger, en daarmee ook de belasting.