Verlaagt of verlaagd: zo schrijf je het altijd goed (met voorbeeldzinnen)

Verlaagt of verlaagd: zo schrijf je het altijd goed (met voorbeeldzinnen)

Verlaagt of verlaagd: allebei goed, maar niet in dezelfde zin. "Verlaagt" is de tegenwoordige tijd van het werkwoord verlagen, bij hij, zij, het of u. "Verlaagd" is het voltooid deelwoord, dat je gebruikt met een hulpwerkwoord zoals hebben, zijn of worden. Dus: "De bank verlaagt de rente" (nu, tegenwoordige tijd) en "De bank heeft de rente verlaagd" (voltooid). Bij de tegenwoordige tijd neem je de stam van het werkwoord (verlaag) en plak je er een t achter voor de derde persoon. Bij het voltooid deelwoord kijk je naar de laatste letter van de stam: de g van verlaag staat niet in 't kofschip, dus krijgt het deelwoord een d. Zo simpel is het eigenlijk, en toch gaat het dagelijks mis in mails, offertes en appjes. Hieronder zie je precies hoe je het elke keer goed krijgt.

Wanneer schrijf je verlaagt met een t?

Je schrijft "verlaagt" wanneer het werkwoord in de tegenwoordige tijd staat en het onderwerp hij, zij, het, u of een naam of zelfstandig naamwoord in het enkelvoud is. De regel is dezelfde als bij elk ander regelmatig werkwoord: stam plus t. De stam van verlagen is verlaag, dus de hij-vorm wordt verlaagt. Vergelijk het met werken: ik werk, jij werkt, hij werkt. Bij verlagen: ik verlaag, jij verlaagt, hij verlaagt.

Een paar zinnen uit het dagelijks leven en werk waarin de t hoort:

  • De supermarkt verlaagt deze week de prijs van koffie.
  • Mijn werkgever verlaagt het aantal reisdagen naar kantoor.
  • De gemeente verlaagt de maximumsnelheid in de wijk.
  • U verlaagt het risico als u de instellingen aanpast.

Let op de vorm met jij achter het werkwoord. Dan valt de t weg: "Verlaag jij de thermostaat even?" Dat is een klassieke valkuil, zeker in vragen en in de gebiedende wijs ("Verlaag de temperatuur!").

Wanneer schrijf je verlaagd met een d?

"Verlaagd" is het voltooid deelwoord. Je herkent het doordat er bijna altijd een vorm van hebben, zijn of worden in de buurt staat: heeft verlaagd, is verlaagd, wordt verlaagd, werd verlaagd. Het voltooid deelwoord beschrijft iets dat al gebeurd is of dat ondergaan wordt (lijdende vorm). Hoe je weet of het een d of een t moet zijn, bepaal je met 't kofschip, de ezelsbrug die je vast nog kent van de basisschool.

Zo werkt dat: neem de stam van het werkwoord (verlaag) en kijk naar de laatste letter. Staat die letter in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan eindigt het voltooid deelwoord op een t. Staat hij er niet in, dan wordt het een d. De g staat niet in 't kofschip, dus: verlaagd. Op de site van Onze Taal vind je deze regel met nog meer voorbeelden uitgelegd.

  • De huurprijs is vorig jaar verlaagd.
  • We hebben de drempel voor nieuwe klanten verlaagd.
  • De dosering wordt door de arts stapsgewijs verlaagd.
  • Het budget voor marketing werd flink verlaagd.

Hoe test je snel of het een t of een d moet zijn?

De makkelijkste truc: vervang verlagen in gedachten door een werkwoord waarbij je het verschil hoort. Neem bijvoorbeeld lopen. Zou je in de zin "loopt" zeggen (tegenwoordige tijd), dan is het verlaagt. Zou je "gelopen" zeggen (voltooid deelwoord), dan is het verlaagd. "De bank ... de rente" wordt "De bank loopt de rente", dus tegenwoordige tijd, dus verlaagt. "De bank heeft de rente ..." wordt "De bank heeft de rente gelopen", dus voltooid deelwoord, dus verlaagd.

Een tweede controle is zoeken naar een hulpwerkwoord. Zie je heeft, hebben, is, zijn, wordt, worden, werd of werden vlak voor of na het woord staan? Dan is het vrijwel zeker het voltooid deelwoord en schrijf je verlaagd. Staat er geen hulpwerkwoord en is het de enige persoonsvorm in de zin? Dan is het verlaagt. Twijfel je over andere werkwoorden, dan kun je ze altijd nakijken in de Woordenlijst Nederlandse Taal, het officiƫle Groene Boekje online.

Waarom gaat het zo vaak mis met verlaagt en verlaagd?

Het probleem is dat je het verschil niet hoort. Aan het einde van een woord spreek je een d uit als een t, dus "verlaagd" en "verlaagt" klinken precies hetzelfde. Je oren helpen je niet, je moet dus echt even nadenken over de functie van het woord in de zin. Daar komt bij dat verlagen vaak voorkomt in zakelijke teksten, waar mensen snel typen en zinnen vaak in de lijdende vorm staan ("de kosten worden verlaagd"). Precies die lijdende vorm, met worden, levert veel fouten op omdat "wordt verlaagt" er op het eerste gezicht prima uitziet.

Een andere verwarring ontstaat bij het bijvoeglijk gebruik. In "een verlaagd plafond" of "een verlaagde drempel" gebruik je het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord. Daar hoort dus altijd een d, en bij een de-woord of meervoud komt er nog een e achter: verlaagde. "Verlaagte" met een t bestaat niet, tenzij je het zelfstandig naamwoord "verlaagte" uit oudere teksten bedoelt, en dat gebruikt vrijwel niemand meer.

Welke andere werkwoorden werken net zo als verlagen?

Alles wat je over verlaagt en verlaagd leert, geldt voor een grote groep werkwoorden waarvan de stam eindigt op een letter buiten 't kofschip. Verhogen gaat precies hetzelfde: hij verhoogt, hij heeft verhoogd. Ook vertragen (vertraagt, vertraagd), vragen (vraagt, gevraagd), zagen (zaagt, gezaagd) en jagen (jaagt, gejaagd) volgen dit patroon. Zie je zo'n woord met een g, d, b, l, m, n, r, v, w of z aan het einde van de stam, dan weet je: tegenwoordige tijd met t, voltooid deelwoord met d.

Het omgekeerde zie je bij werkwoorden waarvan de stam wel op een kofschipletter eindigt. Werken wordt gewerkt, fietsen wordt gefietst, hopen wordt gehoopt. Daar eindigen zowel de hij-vorm als het voltooid deelwoord op een t, en is de kans op fouten dus kleiner. De lastige gevallen zijn juist de werkwoorden zoals verlagen, waarbij de twee vormen anders geschreven worden maar hetzelfde klinken. De Taaladvies-site van de Taalunie heeft een handig overzicht van de werkwoordspelling voor wie de hele regel nog eens rustig wil doorlezen.

Hoe pas je dit toe in werkmails en zakelijke teksten?

In zakelijke communicatie komt verlagen opvallend vaak voor: prijzen, tarieven, rentes, kosten, doelstellingen en drempels worden allemaal verlaagd of worden verlaagt (fout!). Een goede gewoonte is om bij het nalezen van een mail of offerte even specifiek op werkwoorden met een d of t aan het einde te letten. Lees de zin hardop en vraag jezelf af: gebeurt dit nu, of is het al gebeurd of wordt het ondergaan? Nu betekent t, gebeurd of ondergaan betekent d.

Een paar zakelijke voorbeelden waarin het verschil duidelijk wordt. "Ons bedrijf verlaagt per januari de tarieven" (aankondiging, tegenwoordige tijd). "Zoals besproken hebben we de tarieven verlaagd" (voltooid). "De doorlooptijd wordt met deze aanpassing verlaagd" (lijdende vorm, voltooid deelwoord). "Dit verlaagt de werkdruk op de afdeling" (tegenwoordige tijd). Een spellingchecker vangt lang niet al deze gevallen op, omdat beide woorden bestaan en dus niet als fout worden herkend. Wil je zeker zijn van je zaak, dan kun je lastige zinnen nakijken via de spellinghulp op taalunie.org of simpelweg de vervangtruc met lopen en gelopen toepassen. Na een paar keer bewust oefenen schrijf je verlaagt en verlaagd vanzelf goed, en dat scheelt je precies die ene slordige fout in een verder keurige tekst.