Leg je twintig jaar lang elke maand 100 euro in bij een gemiddeld rendement van 6 procent per jaar, dan staat er aan het eind ongeveer 45.300 euro op je beleggingsrekening. Zelf heb je in die periode 24.000 euro ingelegd. De overige ruim 21.000 euro is rendement op rendement: het effect dat bekendstaat als rente op rente. Dat is een mooie uitkomst, maar het is wel een rekenvoorbeeld met aannames. In dit artikel laten we zien hoe dat bedrag tot stand komt, wat er gebeurt bij een lager of hoger rendement, en welke factoren zoals kosten, inflatie en belasting het eindbedrag in de praktijk kleiner maken.
Zo wordt het bedrag berekend
De berekening gaat uit van een vaste maandelijkse inleg van 100 euro, 240 maanden lang. Het jaarrendement van 6 procent is omgerekend naar een maandrendement van ongeveer 0,487 procent. Elke storting groeit vanaf het moment van inleg mee. De eerste 100 euro die je inlegt, heeft twintig jaar de tijd om te groeien en is aan het eind ruim 320 euro waard. De allerlaatste storting heeft nauwelijks tijd gehad en blijft ongeveer 100 euro.
Juist die eerste jaren doen dus veel van het werk. Na vijf jaar heb je ongeveer 6.950 euro, waarvan 6.000 euro eigen inleg. Na tien jaar staat de teller op circa 16.250 euro bij 12.000 euro inleg. Pas in het tweede decennium gaat het echt hard: tussen jaar 10 en jaar 20 groeit het vermogen met bijna 29.000 euro, terwijl je in die periode maar 12.000 euro zelf inlegt.
Wat als het rendement anders uitvalt?
Zes procent per jaar is een veelgebruikt uitgangspunt voor een breed gespreide aandelenportefeuille over een lange periode, maar niemand kan dat garanderen. Het rendement kan hoger of lager uitvallen, en in sommige jaren is het flink negatief. Om een beeld te krijgen van de bandbreedte, zie je hieronder wat 100 euro per maand oplevert bij verschillende gemiddelde rendementen.
| Rendement per jaar | Na 5 jaar | Na 10 jaar | Na 20 jaar | Na 30 jaar |
|---|---|---|---|---|
| 2 procent | 6.300 euro | 13.260 euro | 29.420 euro | 49.130 euro |
| 4 procent | 6.620 euro | 14.670 euro | 36.380 euro | 68.530 euro |
| 6 procent | 6.950 euro | 16.250 euro | 45.340 euro | 97.450 euro |
| 8 procent | 7.290 euro | 18.010 euro | 56.900 euro | 140.860 euro |
Twee dingen vallen op. Ten eerste maakt een paar procent verschil in rendement na twintig jaar al tienduizenden euro's uit. Ten tweede wordt dat verschil na dertig jaar pas echt groot: bij 6 procent heb je dan bijna twee keer zoveel als na twintig jaar, terwijl je maar anderhalf keer zoveel hebt ingelegd. Tijd is bij beleggen de belangrijkste factor.
Kosten: de stille rendementsvreter
Een rendement van 6 procent is een bruto getal. Daar gaan nog kosten vanaf, zoals de lopende kosten van een fonds, de servicekosten van je broker of de beheervergoeding van een beleggingsapp. Die kosten lijken klein, maar ze tellen elk jaar opnieuw mee.
Een rekenvoorbeeld maakt dat duidelijk. Betaal je in totaal 0,2 procent per jaar aan kosten, zoals bij een goedkoop indexfonds, dan houd je netto 5,8 procent rendement over. Na twintig jaar heb je dan ongeveer 44.340 euro. Zit je bij een aanbieder of fonds met 1,5 procent totale kosten per jaar, dan blijft er 4,5 procent over en eindig je rond de 38.420 euro. Dat is een verschil van bijna 6.000 euro, alleen door de keuze voor een duurdere oplossing. Kijk daarom altijd naar de totale kosten per jaar, en niet alleen naar een lage instapprijs of een gratis eerste transactie.
Inflatie: wat is 45.300 euro over twintig jaar nog waard?
Een euro in 2046 is minder waard dan een euro vandaag. Rekenen we met een gemiddelde inflatie van 2 procent per jaar, dan heeft 45.300 euro over twintig jaar een koopkracht van ongeveer 30.500 euro in de prijzen van nu. Dat is nog steeds ruim meer dan je 24.000 euro aan inleg, maar het laat zien dat een deel van de groei simpelweg nodig is om de prijsstijgingen bij te houden.
Dit is ook de reden dat veel mensen voor lange termijndoelen liever beleggen dan sparen. Bij een spaarrente van 2 procent en een inflatie van 2 procent groeit je koopkracht in feite niet. Tegelijk betekent beleggen dat je geld tussentijds flink in waarde kan dalen, dus het is alleen geschikt voor geld dat je echt lange tijd kunt missen.
Belasting in box 3
Beleggingen vallen in Nederland in box 3. Zolang je totale vermogen onder het heffingsvrije vermogen blijft, betaal je daar geen belasting over. Met 100 euro per maand zit je de eerste jaren meestal ruim onder die grens, zeker als je verder weinig spaargeld hebt. Groeit je vermogen, of heb je daarnaast al een flinke spaarbuffer, dan betaal je vermogensbelasting over het deel boven de vrijstelling. Het box 3-stelsel is de afgelopen jaren meerdere keren aangepast en er ligt een overstap naar belasting op werkelijk rendement in het verschiet. Houd daarom jaarlijks in de gaten welke regels op dat moment gelden, want dit kan je nettorendement merkbaar beïnvloeden.
Later beginnen, meer inleggen?
Een veelgehoorde gedachte is: ik begin over tien jaar wel, en leg dan gewoon meer in. De som laat zien waarom dat lastig is. Wie pas over tien jaar begint en dan tien jaar lang 150 euro per maand belegt tegen 6 procent, heeft aan het eind ongeveer 24.370 euro. Zelfs met 200 euro per maand gedurende tien jaar kom je uit op zo'n 32.500 euro. Dat is minder dan de 45.300 euro van iemand die twintig jaar lang 100 euro per maand inlegde, terwijl de totale inleg in dat laatste scenario gelijk is: 24.000 euro. Het verschil is volledig het effect van tijd.
Praktische tips om te starten
- Kies voor een breed gespreid indexfonds of ETF met lage lopende kosten, zodat je niet afhankelijk bent van een paar losse aandelen.
- Zet een automatische maandelijkse inleg aan. Dan beleg je vanzelf ook in dalende maanden en hoef je niet na te denken over het juiste moment.
- Bouw eerst een buffer op een spaarrekening op, zodat je bij een onverwachte uitgave niet hoeft te verkopen als de koersen net laag staan.
- Verhoog je inleg als je inkomen stijgt. Van 100 naar 125 euro per maand gaan levert bij 6 procent na twintig jaar ruim 11.000 euro extra op.
De rekensom onder de streep
Honderd euro per maand klinkt bescheiden, maar met twintig jaar geduld en een rendement van 6 procent groeit dat uit tot ongeveer 45.300 euro, bijna het dubbele van wat je zelf inlegt. Houd er wel rekening mee dat kosten, inflatie en belasting het resultaat drukken en dat het rendement nooit vaststaat. Beleggen brengt risico met zich mee en je kunt je inleg ook (deels) kwijtraken. Twijfel je over wat bij jouw situatie past, laat je dan adviseren door een onafhankelijke financieel adviseur. Wie het voorzichtig en met lage kosten aanpakt, ziet vooral dat de belangrijkste stap simpelweg beginnen is.